homecontact

Ach gossie…

De Rooie!

Sinds we een directe verbinding hebben met de tuin door het plaatsen van een kattenluik in de keukendeur en het klepje ervan noodgedwongen altijd open staat omdat poes Loulou er anders niet doorheen durft, lijkt het hier wel de Zoete Inval. Niet alleen De Rooie die we al zo'n tien of twaalf jaar bijvoederen voelt zich nu veilig genoeg om binnen te komen. De Vrijer, zo genoemd omdat hij Loulou wekenlang het hof heeft gemaakt en toen dat niet lukte zijn avances op Pluis (zo’n Je-weet-wel-kater) richtte, slaapt af en toe op de bank. Driehaar en Slankie namen regelmatig binnen poolshoogte, maar de laatste tijd zien we die twee alleen nog buiten in de tuin. Het lijkt er op dat iedereen min of meer welkom is, volgens Loulou en Pluis dus. Vreemd. Zoveel gastvrijheid ben ik van katten niet gewend, maar misschien heersen hier in de binnentuin andere regels, althans in onze hoek ervan. De laatste paar jaar heb ik ook nauwelijks meer kattengekrijs gehoord.Natuurlijk maakt het uit hoe de vreemdelingen zich gedragen; of ze zich een beetje aanpassen en aardig zijn voor hun gastgevers. Alhoewel, die gastgevers lijken niet erg in staat om paal en perk te stellen aan onheuse bejegeningen, laat staan aan grof (miauwend) geweld. Ik ben er nog niet uit of hun gastvrijheid vooral een gevolg is van gebrek aan assertiviteit en zij van de nood een deugd weten te maken, of dat ze zich zo weinig territoriaal gedragen en zo gastvrij zijn, omdat ze bijna niets te verliezen hebben. Er is tenslotte eten in overvloed en meer dan dat en een aangenaam dak boven je hoofd, prettig gezelschap en de vrijheid om te gaan en te staan waar en wanneer je wilt, hebben zij niet nodig. Katten doen niet zoals wij aan sparen, aan het vermeerderen van vermogen of aan het verzamelen van spulletjes, en dus ook niet aan het verzamelen van angst om dat allemaal weer te verliezen. Als je niet aan bezit of eigendom doet, dient bewaking van het (katten)territorium maar een paar essentiële doelen: dat er voldoende eten is, dat het min of meer veilig is en je niet steeds op je hoede hoeft te zijn, dat je je lusten kunt botvieren. Hier in de binnentuin zou het welbegrepen eigenbelang juist eens gediend kunnen zijn met het opgeven van een individueel territorium in ruil voor een weliswaar gedeeld, maar veel groter domein dan ieder voor zich zou kunnen bemachtigen (en beveiligen).
De Rooie is oud. Hij heeft dat schonkige dat bij katten op leeftijd hoort. Er zit ook een zwelling bij zijn staart en er lijkt een rib gebroken geweest. Op meerdere plaatsen voelt hij vreemd aan en ontwijkt daar aanraking. Zijn rechteroog is bijna bruin van de spikkels in plaats van groen. Geen goed teken. Maar zoals hij daar zit, in het zonnetje, met de mogelijkheid om bij ons een hapje en een drankje te krijgen, maakt hij een volkomen tevreden indruk en stralen zijn ogen.

(c) Monique Greveling 2015